ECLI:NL:CRVB:2013:812
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Utrecht inzake WAO-zaken. Tijdens de procedure nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 Beroepswet Pro het bestuursorgaan (het UWV) bij afzonderlijke uitspraak kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten indien het beroep wordt ingetrokken vanwege tegemoetkoming.
De Raad begrootte de proceskosten op €1.888 voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep samen, en kende daarnaast vergoeding toe voor de kosten van twee deskundigenrapporten, totaal €952,14. Het griffierecht werd uitgesloten van vergoeding en appellante werd verwezen naar het UWV voor deze kosten.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van in totaal €2.841,14 aan appellante. De uitspraak werd gedaan door B.M. van Dun, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 3 juli 2013.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €2.841,14 aan proceskosten aan appellante.