ECLI:NL:CRVB:2013:811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.S. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-40% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig trambestuurder, ontving een WAO-uitkering wegens rug- en beenklachten na aanrijdingen. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts werd vastgesteld dat hij niet meer arbeidsongeschikt was, waarna zijn uitkering werd beëindigd. In bezwaar stelde appellant dat zijn medische situatie niet was verbeterd en dat de uitlooptermijn niet was gerespecteerd.
Psychiatrisch onderzoek concludeerde dat appellant diverse psychische stoornissen had, wat leidde tot een herziening van zijn arbeidsongeschiktheid naar 35-45% op basis van vier alternatieve functies. De rechtbank vernietigde het besluit deels wegens onvoldoende motivering van geschiktheid voor één functie, maar liet de herziening in stand op basis van de overige functies.
In hoger beroep werd overwogen dat de functies eenvoudige, routinematige werkzaamheden bevatten die aansluiten bij de beperkingen van appellant. De Raad vond de bezwaren van appellant onvoldoende onderbouwd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor drie functies en de herziening van zijn WAO-uitkering naar 35-40% terecht is vastgesteld.