ECLI:NL:CRVB:2013:725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na nieuw besluit college en toewijzing proceskosten
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Na een tussenuitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin het college werd opgedragen het besluit te herstellen, nam het college een nieuw besluit dat niet volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
Mede gelet op de tussenuitspraak besloot appellant het hoger beroep in te trekken en verzocht om vergoeding van de kosten die hij had gemaakt in bezwaar, beroep en hoger beroep. Het college heeft geen verweerschrift ingediend en het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten.
De Raad overwoog dat het bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroepschrift bij intrekking van het beroep wegens gedeeltelijke tegemoetkoming in de bezwaren kan worden veroordeeld in de kosten. Omdat het college niet betwistte dat aan appellant was tegemoetgekomen, werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €1.888.
Een vergoeding van kosten in bezwaar werd afgewezen omdat appellant niet tijdig een daartoe strekkend verzoek had gedaan. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J.A. Kooijman, in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw, op 25 juni 2013.
Uitkomst: College wordt veroordeeld tot betaling van €1.888 aan proceskosten na intrekking hoger beroep door appellant.