ECLI:NL:CRVB:2013:2870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan 26-weken eis
Appellante heeft op 18 oktober 2011 een WW-uitkering aangevraagd wegens werkloosheid die op 26 augustus 2011 is ingetreden. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft de uitkering geweigerd omdat appellante niet voldeed aan de referte-eis dat zij in de 36 weken voorafgaand aan haar werkloosheid minimaal 26 weken had gewerkt.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het Uwv verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel en wees het beroep van appellante af. Appellante stelde dat haar ontslag op staande voet onrechtmatig was en dat haar contract daardoor doorliep tot 3 oktober 2011, waardoor zij wel aan de referte-eis zou voldoen. De rechtbank volgde deze stelling niet omdat er dan geen sprake zou zijn van werkloosheid op de datum van aanvraag.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De Raad achtte de motivering van de rechtbank overtuigend en zag geen reden om het standpunt van het Uwv te betwisten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; WW-uitkering geweigerd wegens niet voldoen aan 26-weken eis.