ECLI:NL:CRVB:2013:2863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Wajong-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een Wajong-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd op grond dat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt is. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de beperkingen en mogelijkheden van appellant juist waren weergegeven en dat de geselecteerde functies rekening hielden met zijn beperkingen.
Appellant voerde aan dat zijn werktempo als tekenaar 50% lager lag dan gebruikelijk, maar deze functie was niet meegenomen in de beoordeling. Ook was niet gebleken dat hij zodanige voorzieningen nodig had of kenmerken had waardoor een werkgever redelijkerwijs niet van hem kon verlangen hem in dienst te nemen.
In hoger beroep heeft appellant zijn standpunten herhaald en aanvullende informatie overgelegd, maar de Raad concludeerde dat de aangevoerde gronden grotendeels overeenkwamen met die van de rechtbank en dat de beslissing van het UWV op goede gronden was genomen. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens minder dan 25% arbeidsongeschiktheid.