ECLI:NL:CRVB:2013:2795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten keuring en aanleg gehandicaptenparkeerplaats op grond van Wmo
Appellant vroeg vergoeding van de kosten voor de keuring ten behoeve van een gehandicaptenparkeerkaart en de aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees deze aanvraag af omdat appellant gebruik kan maken van het collectief aanvullend vervoer, waardoor hij niet in aanmerking komt voor een individuele vervoersvoorziening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant onvoldoende medische gegevens had overgelegd om aan te tonen dat hij het collectief aanvullend vervoer niet kan gebruiken. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst het hoger beroep af. De Raad benadrukt dat het primaat van het collectief aanvullend vervoer geldt zolang niet is vastgesteld dat appellant dit niet kan gebruiken.
Verder overweegt de Raad dat het feit dat een individuele voorziening financieel voordeliger zou zijn dan het collectief vervoer niet leidt tot toekenning van een individuele voorziening. Ook het beroep op de hardheidsclausule wordt verworpen omdat de criteria voor toekenning van een parkeerkaart verschillen van die van de Wmo en de kostenverschillen geen onbillijkheid opleveren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt hiermee de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de vergoeding wordt bevestigd.