ECLI:NL:CRVB:2013:2782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek na waarneming wietlucht
Appellant vroeg op 8 juni 2011 bijstand aan en kreeg deze toegekend vanaf 16 mei 2011. Naar aanleiding van een anonieme tip dat appellant niet op het opgegeven adres woonde, vond op 14 november 2011 een huisbezoek plaats. Appellant gaf vrijwillig toestemming voor het bezoek en ondertekende het registratieformulier. Tijdens het huisbezoek werd een afgesloten kamer aangetroffen waarvan appellant weigerde de deur volledig te openen. Medewerkers roken een sterke wietlucht toen de deur op een kier werd geopend. Appellant toonde een plastic zakje met wiet en weigerde verdere medewerking, ondanks waarschuwingen over mogelijke intrekking van de uitkering.
Het college trok daarop de bijstand per 14 november 2011 in. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. De Raad oordeelde dat het huisbezoek rechtmatig was aangevangen op basis van vrijwillige, geïnformeerde toestemming. De waarneming van de wietlucht vormde een redelijke grond om medewerking aan verder onderzoek te eisen. Appellants weigering schond de medewerkingsplicht uit artikel 17 WWB Pro, waardoor het college terecht de bijstand introk.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Het feit dat de politie bij een latere inval geen hennepkwekerij aantrof, deed hieraan niet af. Er was op het moment van beoordeling een redelijke grond om medewerking te verlangen. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens weigering medewerking aan het huisbezoek wordt bevestigd.