ECLI:NL:CRVB:2013:2758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht nadat een re-integratiebureau meldde dat zij mogelijk inkomsten had uit optredens en kunstactiviteiten. Het bestuur stelde vast dat appellante als muzikant en kunstenares actief was en inkomsten ontving, waarop de bijstand over meerdere periodes werd ingetrokken en teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat zij haar inlichtingenverplichting niet had geschonden omdat zij haar muzikale activiteiten meldde en dat het om hobbymatige activiteiten ging zonder inkomsten. De Raad oordeelde dat het onderscheid tussen bedrijfsmatig en hobbymatig niet relevant is voor de WWB en dat appellante geen volledige en juiste informatie had verstrekt. Zij slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij recht had op bijstand als zij wel aan haar inlichtingenverplichting had voldaan.
De Raad bevestigde dat het bestuur bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen op grond van artikel 54 en Pro 58 van de WWB. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep van appellante werd verworpen.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.