ECLI:NL:CRVB:2013:2754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens eigen toedoen bij ontslag in proeftijd
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en had beperkingen door astma en allergie, vastgesteld door een bedrijfsarts. Zij sloot een arbeidsovereenkomst voor 36 uur per week bij een werkgever die haar detacheerde bij Roteb, maar deze werd in de proeftijd beëindigd.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok de bijstand in per 2 september 2011 vanwege voldoende inkomsten, maar verleende later opnieuw bijstand met een verlaging van 100% gedurende een maand als maatregel omdat appellante door eigen toedoen haar baan niet had behouden. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep.
Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het ontslag niet aan haar te wijten was. Zij had geen medische onderbouwing geleverd dat zij het werk vanwege haar beperkingen niet kon verrichten, terwijl de werkgever aangaf dat zij regelmatig zonder bericht afwezig was en te laat kwam. De maatregel werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand wegens eigen toedoen bij ontslag in de proeftijd wordt bevestigd.