ECLI:NL:CRVB:2013:2696

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 november 2013
Publicatiedatum
5 december 2013
Zaaknummer
11-4723 ZVW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vo. 1408/71Art. 28bis Vo. 1408/71Art. 69 Zvw
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging buitenlandbijdrage Zvw voor verdragsgerechtigde AOW-gerechtigden in Spanje

Appellanten, woonachtig in Spanje en AOW-gerechtigd, waren het niet eens met de opgelegde buitenlandbijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Zij stelden dat zij niet verdragsgerechtigd waren omdat zij fiscaal resident zijn in Spanje en een particuliere ziektekostenverzekering hebben afgesloten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellanten wel verdragsgerechtigd zijn op grond van de Verordening (EEG) nr. 1408/71 en dat zij recht hebben op zorg in Spanje ten laste van Nederland.

De Raad bevestigde dat de buitenlandse bijdrage verplicht is volgens artikel 69 van Pro de Zvw en dat het feit dat appellanten zich niet hebben ingeschreven bij het bevoegde orgaan in Spanje en geen gebruik maken van het recht op zorg in Spanje, niet afdoet aan hun verdragsgerechtigdheid en bijdrageplicht. De rechtbank had dit oordeel eerder ook al bevestigd en verwees daarbij naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De Raad benadrukte dat de woonlandfactor in de berekening van de buitenlandbijdrage ervoor zorgt dat de bijdrage wordt afgestemd op het zorgpakket in het woonland. Het hoger beroep van appellanten werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken werden bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; appellanten zijn verdragsgerechtigd en buitenlandbijdrage is verschuldigd.

Uitspraak

11/4723 ZVW, 11/4725 ZVW, 11/4726 ZVW, 11/4727 ZVW
Datum uitspraak: 13 november 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van
1 juli 2011 en 5 juli 2011, 09/2926, 09/2927 en 09/1989 (aangevallen uitspraken)
Partijen:
[Appellant] en[Appellante] te [woonplaats] (Spanje) (appellanten)
College voor zorgverzekeringen (Cvz)
PROCESVERLOOP
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld.
Cvz heeft verweerschriften ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2013. Appellanten zijn verschenen. Cvz heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.J.A. Rood.

OVERWEGINGEN

1.
Bij besluiten op bezwaar van 8 april 2009 (bestreden besluit I) en 21 augustus 2009 (bestreden besluit II) heeft Cvz - onder meer - te kennen gegeven dat appellanten ingevolge de - met ingang van 1 januari 2006 in werking getreden - Zorgverzekeringswet (Zvw) verdragsgerechtigd zijn en op grond van de Verordening (EEG) nr. 1408/71 (Vo. 1408/71) recht hebben op zorg in hun woonland (Spanje), ten laste van Nederland (het pensioenland) en dat zij voor dit recht op zorg ingevolge artikel 69 van Pro de Zvw een bijdrage verschuldigd (buitenlandbijdrage) zijn.
2.
Bij de aangevallen uitspraken heeft de rechtbank, voor zover van belang, de beroepen tegen de bestreden besluiten I en II ongegrond verklaard. Zij heeft geoordeeld dat appellanten terecht als verdragsgerechtigden zijn aangemerkt en dat zij buitenlandbijdragen verschuldigd zijn. De rechtbank heeft onder verwijzing naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) van 14 oktober 2010 overwogen dat sociaal verzekerden op wie de regels van de Vo. 1408/71 van toepassing zijn, geen keuzerecht hebben. De gevolgen daarvan kunnen niet door hen teniet worden gedaan doordat zij ervoor kunnen kiezen zich eraan te onttrekken. Dat appellanten hun rechten niet wensen te effectueren omdat zij in Spanje een ziektekostenverzekering hebben afgesloten, leidt er niet toe dat zij niet onder het bereik van artikel 28 van Pro de Vo. 1408/71 zouden vallen. Bij de toelichting van de berekeningsmethode van de buitenlandbijdrage is opgemerkt dat de methode van berekenen van de buitenlandbijdrage los staat van de omvang van het recht op verstrekkingen. Ten slotte is uiteengezet dat de woonlandfactor is ingevoerd om ervoor te zorgen dat de hoogte van de verschuldigde buitenlandbijdrage is afgestemd op het pakket van verstrekkingen zoals dat in het woonland ter beschikking staat. De woonlandfactor zorgt ervoor dat appellanten die in hun woonland minder uitgebreide pakketten aan verstrekkingen ter beschikking staan in verhouding tot verzekerden in Nederland een lagere buitenlandbijdrage verschuldigd zijn.
3.
Appellanten hebben zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraken gekeerd.
4.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Gelet op hetgeen namens appellanten is verklaard in hun hoger beroepschriften en op de zitting van de Raad, staat bij appellanten centraal dat zij niet verdragsgerechtigd en dus niet bijdrageplichtig zijn, omdat zij fiscaal resident zijn en op grond van de door hen in Spanje afgesloten particuliere ziektekostenverzekering al in Spanje verzekerd zijn. Omdat zij effectief geen gebruik willen maken van het hen op grond van artikel 28 van Pro de Vo. 1408/71 toekomende recht op zorg in Spanje, ten laste van Nederland, hebben zij zich niet met een formulier E-121 ingeschreven bij de verzekeringsinstelling in hun woonplaats in Spanje.
4.2.
Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat Cvz zich terecht en op juiste gronden op het standpunt heeft gesteld dat appellanten verdragsgerechtigd zijn, dat zij recht hebben op zorg in Spanje, ten laste van Nederland en dat zij voor dit recht op zorg een buitenlandbijdrage verschuldigd zijn.
4.3.
Appellanten zijn verdragsgerechtigd nu zij AOW vanuit Nederland ontvangen. De artikelen 28 en 28bis van de Vo. 1408/71 zijn dwingend. De fiscale keuze van appellanten, noch de omstandigheid dat appellanten zich niet hebben ingeschreven bij het bevoegde orgaan van hun woonplaats, betekent niet dat zij niet verdragsgerechtigd en niet bijdrageplichtig zijn. Het niet ingeschreven zijn, waardoor sociaal verzekerden verstrekkingen in die staat niet effectief kunnen ontvangen, doet niet af aan het bestaan van het recht op die verstrekkingen en de bijdrageplicht. In artikel 69 van Pro de Zvw is imperatief bepaald dat de buitenlandbijdrage is verschuldigd.
4.4.
Gelet op hetgeen onder 4.2 en 4.3 is overwogen, slaagt het hoger beroep niet en dienen de aangevallen uitspraken, voor zover aangevochten, te worden bevestigd.
5.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van M.P. Ketting als griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2013.
(getekend) J. Brand
(getekend) M.P. Ketting
GdJ