ECLI:NL:CRVB:2013:2695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen informatieve brief over Zvw-bijdrage op lijfrente-uitkering
Appellant, woonachtig in Frankrijk, ontving een lijfrente-uitkering waarop de Zorgverzekeringswet (Zvw)-bijdrage werd ingehouden. Cvz stuurde een brief van 31 juli 2008 waarin werd uitgelegd dat Cvz bevoegd is voor besluiten over Zvw-bijdrage-inhouding op uitkeringen van verdragsgerechtigden. Appellant maakte bezwaar tegen deze brief, maar Cvz verklaarde dat bezwaar ongegrond in een besluit van 14 juli 2009. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de brief geen besluit is en dat het bezwaar daarom niet ontvankelijk verklaard had moeten worden. De Raad oordeelde dat de brief slechts informatief was zonder rechtsgevolgen en dus geen besluit in de zin van de Awb. Hierdoor was het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank ten onrechte ongegrond.
De Raad vernietigde de uitspraak en het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar tegen de brief niet-ontvankelijk. Tevens constateerde de Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure en besloot het verzoek om schadevergoeding wegens deze overschrijding nader te onderzoeken, waarbij de Staat der Nederlanden als partij werd betrokken. Daarnaast werden proceskosten en griffierechten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de informatieve brief is niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank zijn vernietigd.