ECLI:NL:CRVB:2013:2638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing arbeidsverplichtingen WWB na medisch oordeel verzekeringsarts
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd verplicht om 32 uur per week te werken, met een ontheffing van acht uur per week vanwege lichamelijke en psychische klachten. Het college vroeg een medisch en arbeidskundig advies aan bij het Uwv, dat concludeerde dat appellante met beperkingen 32 uur belastbaar is. Na bezwaar verklaarde het college het besluit tot ontheffing van acht uur per week ongewijzigd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante voerde hoger beroep aan met het argument dat een diepgaand psychologisch onderzoek nodig is om haar volledige arbeidsongeschiktheid vast te stellen, verwijzend naar medische rapporten en een assessmentrapportage met een diagnose PTSS.
De Raad oordeelde dat het college in beginsel mag uitgaan van het Uwv-advies, tenzij concrete aanwijzingen bestaan die dat advies ondermijnen. Nadere onderzoeken en rapportages gaven geen reden om het oorspronkelijke advies te verwerpen. De Raad zag geen noodzaak voor een diepgaand psychologisch onderzoek en achtte het medisch oordeel van de verzekeringsarts juist.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en ontheffing van acht uur per week arbeidsverplichtingen bevestigd.