ECLI:NL:CRVB:2013:2596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering wegens meerinkomen bij nullening en reisvoorziening in studiefinanciering
Appellant ontving over 2010 studiefinanciering in de vorm van een basisbedrag prestatiebeurs en reisvoorziening, gevolgd door een nullening met reisvoorziening. De Minister stelde een vordering vast wegens meerinkomen op grond van artikel 3.17 Wsf 2000.
Appellant voerde aan niet geïnformeerd te zijn over de consequenties van de nullening met reisvoorziening voor de bijverdienregeling, noch telefonisch noch schriftelijk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat geen sprake was van onjuiste voorlichting door de Minister en dat de Minister geen verplichting had tot persoonlijke informatieverstrekking over de gevolgen van de nullening met reisvoorziening. Ook het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden en de hardheidsclausule was niet van toepassing.
De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De vordering wegens meerinkomen wordt bevestigd omdat geen sprake is van onjuiste voorlichting of schending van het vertrouwensbeginsel.