Uitspraak
OVERWEGINGEN
H.H. Kiezebrink-Lindenhovius van 15 september 2011 en de brief van de revalidatiearts
B.S. Bakker-Hatten van 20 september bieden hiervoor evenmin een aanknopingspunt. Uit deze brieven blijkt weliswaar dat toezicht en verzorging voor appellant noodzakelijk zijn, maar niet dat de geïndiceerde uren voor toezicht en verzorging niet voldoende zijn. De kinderarts Kiezebrink-Lindenhovius heeft te kennen gegeven dat op spitsuren in het gezin extra ondersteuning nodig is. Door Bakker-Hatten, revalidatiearts, is te kennen gegeven dat appellant veel persoonlijke verzorging nodig heeft. Het namens appellant gevoerde betoog dat CIZ niet had mogen volstaan met een indicatie voor toezicht binnen de functie begeleiding treft geen doel.