ECLI:NL:CRVB:2013:2577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H.C.P. Venema
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WIA-voorschotten ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant ontving sinds augustus 2006 een loongerelateerde WGA-uitkering die in september 2007 werd omgezet in een IVA-uitkering. Het UWV bracht inkomsten uit arbeid in mindering op de uitkering. In oktober 2009 stelde het UWV de uitkering over de periode augustus 2006 tot september 2009 vast, waarbij het afzag van terugvordering wegens late beoordeling van inkomsten.
In februari 2010 stelde het UWV vast dat appellant over de periode september 2009 tot januari 2010 een bedrag van €332,77 te veel had ontvangen en vorderde dit terug. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het UWV onjuiste gegevens gebruikte en dat bepaalde emolumenten gespreid hadden moeten worden in plaats van in één maand verrekend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat het UWV het vertrouwen had gewekt dat bij voorschotberekening rekening zou worden gehouden met vaste extra inkomenscomponenten. De Raad oordeelde dat appellant niet kon aantonen dat het UWV een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging had gedaan. Ook de toepasselijke wettelijke bepalingen verplichten het UWV niet tot de door appellant voorgestane berekeningswijze.
Gelet op deze overwegingen bevestigde de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel betaalde WIA-voorschotten en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.