ECLI:NL:CRVB:2013:2558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding auto’s
Appellanten ontvingen sinds 1998 bijstand en hadden tussen 2002 en 2009 meerdere auto’s op hun naam staan zonder dit te melden aan het bestuur, in strijd met hun inlichtingenverplichting. De gemeente Dordrecht startte een onderzoek naar aanleiding van een melding over het bezit van auto’s en vond dat appellanten mogelijk inkomsten hadden verkregen uit de overdracht van deze auto’s.
Het bestuur besloot daarom de bijstand over achttien maanden in te trekken en de kosten terug te vorderen, en daarnaast de bijstand voor één maand met 100% te verlagen wegens ernstige tekortkomingen in de informatieverstrekking. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de auto’s alleen voor eigen gebruik waren, dat zij geen autohandelaren waren volgens het beleid, en dat het knakenbeleid toegepast had moeten worden. Ook vroegen zij matiging van de terugvordering wegens dringende omstandigheden. De Raad oordeelde dat het niet melden van de auto’s en het ontbreken van bewijs over inkomsten uit transacties voor appellanten risico’s met zich meebrengt en dat het beleid correct was toegepast. Dringende redenen voor matiging waren niet aangetoond.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd vanwege niet-melding van auto’s en ontbreken van dringende redenen voor matiging.