ECLI:NL:CRVB:2013:2459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gesloten buitenwagen op grond van Wmo vanwege voldoende compensatie met AOV plus en scootmobiel
Appellante, bekend met COPD en de ziekte van Hus, ondervindt beperkingen in haar sta- en loopfunctie die haar verplaatsing buitenshuis bemoeilijken. Zij vroeg bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een gesloten buitenwagen aan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), maar deze aanvraag werd afgewezen. Het college wees op het advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) dat de combinatie van Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV plus) en een scootmobiel een adequate en goedkoopste oplossing vormt.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen, waarna zij in beroep ging bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het AOV geen voorziening is voor korte afstanden en dat een scootmobiel niet passend is vanwege contra-indicaties voor open vervoer. Tevens verzocht zij om vergoeding van wettelijke rente.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beleid en de toepassing daarvan door het college in overeenstemming zijn met de Wmo en de gemeentelijke verordening. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan het standpunt dat appellante niet medisch en functioneel is aangewezen op een gesloten buitenwagen en dat haar beperkingen voldoende worden gecompenseerd met AOV plus en een scootmobiel. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van proceskosten of schade.
Uitkomst: De aanvraag voor een gesloten buitenwagen wordt afgewezen omdat de combinatie van AOV plus en scootmobiel de beperkingen voldoende compenseert.