Uitspraak
Namens appellante heeft mr. A. Schippers hoger beroep ingesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving een loongerelateerde WGA-uitkering wegens 53% arbeidsongeschiktheid. Het UWV besloot haar uitkering te beëindigen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn geworden. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en haar klachten, waaronder migraine en duizeligheid, onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief aanvullende gesprekken en het betrekken van informatie van behandelaars. De klachten van appellante waren weliswaar erkend, maar de frequentie en ernst van de migraine en andere klachten gaven geen aanleiding tot het aannemen van zwaardere beperkingen op de datum in geding.
De Raad benadrukte dat de belasting van de aan appellante voorgehouden functies haar beperkingen niet te boven gaat en dat deze functies medisch geschikt zijn. Ook het feit dat appellante bij een eerdere beoordeling in een hogere klasse was ingedeeld, werd verklaard door het verschil in beoordelingssystematiek. Het hoger beroep werd afgewezen en de beëindiging van de WGA-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De beëindiging van de WGA-uitkering van appellante wordt bevestigd na een zorgvuldig medisch onderzoek.