ECLI:NL:CRVB:2013:2437

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 november 2013
Publicatiedatum
13 november 2013
Zaaknummer
12-6032 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)Ziektewet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek

Appellante ontving een Ziektewet-uitkering die per 9 januari 2012 werd beëindigd omdat het UWV haar weer geschikt achtte voor haar maatgevende werk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellante in staat werd geacht ten minste één van de voor haar relevante functies te vervullen.

Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij zwakbegaafd is en meerdere gezondheidsklachten heeft, waaronder chronische hoofdpijn, rugpijn, een slijmbeursontsteking, een hersentumor en concentratieproblemen. Zij stelde dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan medische informatie van haar psychiater en huisarts.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen nieuwe medische informatie had overgelegd en dat de rechtbank de beroepsgronden afdoende en overtuigend had gemotiveerd. De verklaring van de huisarts uit mei 2012, waarin werd gesteld dat appellante niet in staat zou zijn reguliere arbeid te verrichten, betrof een periode waarin zij opnieuw een ZW-uitkering ontving en gaf geen reden om aan het standpunt van het UWV te twijfelen.

De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft de beëindiging van de Ziektewet-uitkering in stand.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende functies.

Uitspraak

12/6032 ZW
Datum uitspraak: 13 november 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van
10 oktober 2012, 12/3784 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te[woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. Y. Özdemir, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2013. Appellante is verschenen bij gemachtigde mr. drs. P.R.L.V.M. Kruik, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.

OVERWEGINGEN

1.
Met ingang van 4 juli 2011 is appellante een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) ontzegd. Het Uwv heeft appellante voor minder dan 35% arbeidsongeschikt geacht.
2.
Appellante heeft zich met ingang van 15 november 2011, vanuit de situatie dat zij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontving, ziek gemeld wegens toegenomen klachten. Bij besluit van 2 januari 2012 heeft het Uwv de aan appellante toegekende uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) per 9 januari 2012 beëindigd op de grond dat appellante weer geschikt is voor haar maatgevende werk. Bij besluit van 2 april 2012 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 2 januari 2012 ongegrond verklaard.
3.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen aanleiding het medisch onderzoek van het Uwv onzorgvuldig te achten en moet appellante in staat worden geacht ten minste één van de haar in het kader van de WIA-beoordeling voorgehouden functies te vervullen. De rechtbank heeft in de in het medische journaal van
16 mei 2012 opgenomen mening van de huisarts van appellante geen aanleiding gezien anders te oordelen. De stelling van appellante dat zij een hersentumor heeft, heeft de rechtbank niet gevolgd, nu hiervoor in de stukken geen grond te vinden is.
4.
In hoger beroep heeft appellante de aangevallen uitspraak bestreden. Appellante heeft aangevoerd dat zij zwakbegaafd is. Voorts heeft zij chronische hoofdpijn, rugpijn, een slijmbeursontsteking, een hersentumor en concentratieproblemen. Volgens appellante is de rechtbank voorbijgegaan aan de informatie van de behandelend psychiater en aan de gevolgen van het medicijngebruik van appellante. De rechtbank is eveneens ten onrechte voorbijgegaan aan het medisch journaal van de huisarts M. Aydin van 16 mei 2012 waarin is gesteld dat appellante niet is staat is om reguliere arbeid te verrichten.
5.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
5.1.
Voor de toepasselijke wettelijke bepalingen wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak.
5.2.
Appellante heeft in hoger beroep dezelfde gronden aangevoerd als in beroep bij de rechtbank en heeft geen nieuwe medische informatie overgelegd. De rechtbank heeft de beroepsgronden afdoende besproken en heeft overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. De verklaring van de huisarts in het medisch journaal van 16 mei 2012 dateert uit een periode waarin appellante opnieuw een ZW-uitkering is toegekend. Er is geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van het Uwv over de weigering van ziekengeld. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. Voor het overige wordt volstaan te verwijzen naar de aangevallen uitspraak.
5.3.
De overwegingen 5.1 en 5.2 leiden tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2013.
(getekend) H.G. Rottier
(getekend) S. Aaliouli

QH