ECLI:NL:CRVB:2013:2437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante ontving een Ziektewet-uitkering die per 9 januari 2012 werd beëindigd omdat het UWV haar weer geschikt achtte voor haar maatgevende werk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellante in staat werd geacht ten minste één van de voor haar relevante functies te vervullen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij zwakbegaafd is en meerdere gezondheidsklachten heeft, waaronder chronische hoofdpijn, rugpijn, een slijmbeursontsteking, een hersentumor en concentratieproblemen. Zij stelde dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan medische informatie van haar psychiater en huisarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen nieuwe medische informatie had overgelegd en dat de rechtbank de beroepsgronden afdoende en overtuigend had gemotiveerd. De verklaring van de huisarts uit mei 2012, waarin werd gesteld dat appellante niet in staat zou zijn reguliere arbeid te verrichten, betrof een periode waarin zij opnieuw een ZW-uitkering ontving en gaf geen reden om aan het standpunt van het UWV te twijfelen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft de beëindiging van de Ziektewet-uitkering in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor maatgevende functies.