ECLI:NL:CRVB:2013:2436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid bevestigd
Appellante ontving een uitkering op grond van de Wet WIA die per 4 juli 2011 werd ontzegd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Vervolgens meldde zij zich ziek vanuit een Werkloosheidswetuitkering en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend, die het UWV per 8 augustus 2012 beëindigde omdat zij geschikt werd geacht voor haar maatgevende werk.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beëindiging ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek van de verzekeringsarts doorslaggevend achtte. Appellante voerde in hoger beroep meerdere medische klachten aan, waaronder chronische hoofdpijn en een hersentumor, en stelde dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met medische rapporten van haar psychiater en huisarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante geen nieuwe medische informatie heeft overgelegd en onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat zij geschikt is voor arbeid. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid.