ECLI:NL:CRVB:2013:2434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering bevestigd na onvoldoende medische onderbouwing
Appellante, voormalig productiemedewerkster, ontving een Ziektewetuitkering die door het UWV per 8 juli 2011 werd beëindigd na onderzoek door een verzekeringsarts. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, ondersteund door een psychiatrisch rapport, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond op basis van rapporten van bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij onvoldoende medische informatie had geleverd om haar beperkingen aannemelijk te maken. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen werden onderschat en verzocht om een deskundigenonderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen nieuwe relevante medische gegevens had ingebracht die twijfel konden doen ontstaan over de eerdere conclusies. De rechtbank had de beroepsgronden afdoende gemotiveerd verworpen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing van beperkingen.