ECLI:NL:CRVB:2013:2404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van de Corput
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Heropening WAO-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak
Appellante, voormalig naaister/vouwster, meldde zich meerdere keren ziek en ontving diverse uitkeringen op grond van de Ziektewet, WAO en Wet WIA. Na intrekking van haar WAO-uitkering in 2006 wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid, meldde zij zich opnieuw ziek met psychische en somatische klachten. Het UWV weigerde haar WAO-uitkering te heropenen op basis van onvoldoende bewijs van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste bestreden besluit gegrond vanwege een motiveringsgebrek, maar wees de overige beroepen af. In hoger beroep stelde appellante dat het UWV onvoldoende had bewezen dat er geen oorzakelijk verband was tussen eerdere en latere arbeidsongeschiktheid. Medische rapporten toonden aan dat er vanaf 25 maart 2008 sprake was van toegenomen beperkingen, wat aanleiding gaf tot heropening van de WAO-uitkering.
De Raad concludeerde dat het UWV ten onrechte de heropening van de WAO-uitkering had geweigerd en dat de arbeidsongeschiktheid vanaf 25 maart 2008 en 16 januari 2009 moest worden erkend met een mate van 35-45% respectievelijk 45-55%. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en het UWV werd veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit en vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Het UWV dient de WAO-uitkering van appellante toe te kennen vanaf 25 maart 2008 wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak.