ECLI:NL:CRVB:2013:2402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor eigen werk bij beëindiging Ziektewetuitkering
Appellant ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding met psychische en fysieke klachten. Het Uwv stelde op 19 september 2011 vast dat appellant geen toegenomen beperkingen had en geschikt was om zijn eigen werk gedurende 37 uur per week te verrichten. Hiertegen maakte appellant bezwaar, dat door het Uwv ongegrond werd verklaard op basis van een rapport van een bezwaarverzekeringsarts.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij stelde dat zijn psychische klachten chronisch zijn en dat het Uwv onzorgvuldig had gehandeld door niet te wachten op alle medische informatie. Tevens stelde appellant dat zijn fysieke klachten toenamen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek door het Uwv zorgvuldig was, dat de medische informatie die later werd ontvangen geen aanleiding gaf tot een andere beoordeling en dat de conclusie dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk terecht was. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door H.G. Rottier en uitgesproken op 13 november 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.