ECLI:NL:CRVB:2013:2373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat vaststelling maandelijkse aflossingsbedrag bij brief een besluit is
In deze zaak staat centraal of de vaststelling van het maandelijkse aflossingsbedrag van € 343,38 in een brief een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Betrokkene werd geïnformeerd over een openstaande vordering wegens ten onrechte verstrekte bijstand van € 20.602,80 en een aflossingsverplichting vastgesteld.
De rechtbank had geoordeeld dat de brief een besluit is en het bezwaar van betrokkene tegen het niet-ontvankelijk verklaren van de brief gegrond verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat de vaststelling van het aflossingsbedrag geen publiekrechtelijke grondslag heeft en dus geen besluit is.
De Raad oordeelt dat de vaststelling van het maandelijkse aflossingsbedrag berust op artikel 60, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) zoals die gold vóór 1 juli 2009, en daarmee een publiekrechtelijke grondslag heeft. De brief is dus een besluit in de zin van de Awb. Het beroep tegen het besluit van 1 maart 2012, waarin het bezwaar van betrokkene niet-ontvankelijk werd verklaard wegens ontbreken van procesbelang, wordt ongegrond verklaard omdat betrokkene inmiddels een nieuw besluit met een lager aflossingsbedrag heeft ontvangen waartegen geen bezwaar is gemaakt.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank, veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene en legt griffierecht op.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de brief een besluit is en verklaart het beroep tegen het besluit van 1 maart 2012 ongegrond wegens ontbreken van procesbelang.