ECLI:NL:CRVB:2013:2369
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding studieschuld wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant heeft bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verzocht om kwijtschelding van zijn studieschuld, welke is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep met het verweer dat hij door ontoerekeningsvatbaarheid in een bijzondere situatie verkeert.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de Wet studiefinanciering 2000 alleen kwijtschelding toestaat bij het einde van de aflosfase of overlijden. De Minister hanteert een beleid op basis van een hardheidsclausule waarbij kwijtschelding ook kan worden verleend bij terminale ziekte, langdurige coma of uitzichtloze psychiatrische opname.
Appellant valt niet onder deze beleidscriteria en heeft onvoldoende bijzondere omstandigheden gesteld die een afwijking van het beleid rechtvaardigen. De Raad bevestigt dat appellant gebruik kan maken van de wettelijke regeling waarbij op basis van draagkracht wordt bepaald of en hoeveel aflossing vereist is, hetgeen ook is toegepast.
Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding van de studieschuld bevestigd.