ECLI:NL:CRVB:2013:2346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Weigering Wubo-toekenningen wegens ontbreken causaal verband psychische klachten
Appellant, geboren in 1942 in Nederlands-Indië, diende meerdere aanvragen in voor uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hoewel erkend werd dat appellant geïnterneerd was tijdens de Japanse bezetting, werden zijn psychische klachten niet toegeschreven aan deze internering maar aan andere oorzaken, zoals een poging tot ontvoering en traumatische ervaringen in internaten.
Na een eerste afwijzing in 2009 en een tweede in 2011, werd ook het bezwaar tegen de laatste afwijzing ongegrond verklaard. Diverse medische adviezen van geneeskundig adviseurs concludeerden dat er geen causaal verband bestond tussen de internering en de psychische klachten van appellant. Hoewel een arts in het kader van de Algemene Oorlogsongevallenregeling een ruimer causaal verband aannam, vond de Raad dit niet doorslaggevend.
De Raad oordeelde dat het besluit zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd, dat het herhaaldelijk medisch onderzoek gerechtvaardigd was en dat de door appellant aangevoerde omgekeerde bewijslast en het beleid inzake sequentiële oorlogstraumatisering niet slaagden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van Wubo-uitkeringen wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van causaal verband.