ECLI:NL:CRVB:2013:2331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging loongerelateerde WGA-uitkering en recht op WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn loongerelateerde WGA-uitkering te beëindigen en hem een WGA-vervolguitkering toe te kennen, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55-65%.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, omdat appellant onvoldoende medische gegevens had overgelegd om twijfel te zaaien over de juistheid van de beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts. In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische keuring onjuist was verlopen en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief aanvullend onderzoek na de hoorzitting en overleg met de huisarts. Appellant had geen nieuwe medische stukken overgelegd die zijn stellingen ondersteunden. Daarom werd het verzoek om een onafhankelijke deskundige te benoemen afgewezen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de loongerelateerde WGA-uitkering en toekenning van de WGA-vervolguitkering op basis van 55-65% arbeidsongeschiktheid.