Uitspraak
mr. K. Verbeek.
OVERWEGINGEN
[naam echtgenoot], [in] 2011. Bij besluiten van 3 april 2012 en 2 juli 2012, gehandhaafd bij beslissing van 10 december 2012 (bestreden besluit), heeft de Svb geweigerd betrokkene een ANW-uitkering toe te kennen, omdat [naam echtgenoot] op 14 september 2011 niet verzekerd was voor de ANW. Overwogen is dat [naam echtgenoot] op de dag van zijn overlijden geen ingezetene van Nederland was, en ook anderszins is niet gebleken dat hij toen verzekerd was voor de ANW.
14 september 2011 ingezetene van Nederland was en op die grond verzekerd was voor de ANW. Gelet op alle feiten en omstandigheden is aannemelijk geacht dat de echtgenoot op
26 juni 2010 de wil had om (weer) in Nederland te wonen.
26 juni 2010 tot medio oktober 2010 en van eind februari 2011 tot juli 2011 in Nederland verbleef, sprake is van een feitelijke verblijfsduur van in totaal negen maanden hier te lande. Gezien de lange afwezigheid uit Nederland vóór 26 juni 2010, de omstandigheid dat zijn echtgenote en kind in Turkije zijn achtergebleven en niet is gebleken van objectieve gegevens waaruit blijkt dat ook zij naar Nederland zouden komen, kan - mede gezien dit relatief korte verblijf in Nederland - niet worden geconcludeerd dat reeds bij binnenkomst in Nederland dan wel op een later moment sprake was van een duurzame band van persoonlijke aard tussen de echtgenoot van betrokkene en Nederland. De oorzaak van deze korte verblijfsduur is in dit verband niet van belang. De onder 3.2 beschreven omstandigheden wegen niet op tegen het ontbreken van zelfstandige woonruimte en de korte verblijfsduur in Nederland.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 10 december 2012 ongegrond.
H.J. Simon als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 november 2013.
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip ingezetene.