ECLI:NL:CRVB:2013:2299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over woonsituatie
Appellante vroeg op 4 augustus 2011 bijstand aan als alleenstaande en gaf daarbij een woonadres op waar ook twee andere personen stonden ingeschreven. Tijdens een intakegesprek verklaarde zij dat deze personen niet meer op dat adres woonden. De gemeente Amsterdam startte daarop een onderzoek, inclusief een huisbezoek op 22 augustus 2011, waarbij werd vastgesteld dat een van die personen, Y, nog wel degelijk zijn hoofdverblijf op het adres had.
Op basis van deze bevindingen weigerde het college van burgemeester en wethouders de bijstand op 23 augustus 2011, omdat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksresultaten voldoende waren om vast te stellen dat Y op het woonadres verbleef, ondanks de stellingen van appellante en haar ingediende verklaringen van buurtbewoners. Ook vond de Raad dat het college voldoende onderzoek had gedaan en niet verplicht was een buurtonderzoek uit te voeren.
Omdat appellante niet had gemeld dat Y zijn hoofdverblijf op het adres had, was sprake van schending van de inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.