ECLI:NL:CRVB:2013:2284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering ongewijzigd vast te stellen op een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% per 25 september 2010. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de klachten aan handen en voeten voldoende waren onderzocht en dat er geen medische onderbouwing was voor een verslechtering van de gezondheidstoestand.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er sprake was van toegenomen beperkingen door darmproblemen en psychische klachten en overhandigde nieuwe medische rapporten. De Raad stelde vast dat deze rapporten niet betrekking hadden op de datum in geschil en dat appellant geen medische gegevens had ingediend die een verslechtering aannemelijk maakten.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 30 oktober 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft ongewijzigd.