ECLI:NL:CRVB:2013:2214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toelating tot vrijwillige AOW- en ANW-verzekering na overschrijding aanmeldingstermijn
Appellant, geboren in 1954, werkte in Nederland en keerde in 1996 terug naar Marokko met behoud van een arbeidsongeschiktheidsuitkering. In mei 2011 vroeg hij toelating tot de vrijwillige verzekering voor de AOW en ANW, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat de verplichte verzekering meer dan een jaar eerder was geëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en in hoger beroep betoogde appellant dat hij niet was geïnformeerd over de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering na het einde van de verplichte verzekering per 1 januari 2000. Tevens overhandigde hij een document uit 2002 dat volgens hem toestemming tot premie-inhouding zou aantonen.
De Raad overwoog dat de wet vereist dat aanmelding tot vrijwillige verzekering binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering moet plaatsvinden. Onbekendheid met de wet en het niet actief informeren door de Svb vormen geen bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigen. Het document uit 2002 betrof een andere verzekering (AWBZ) en is niet relevant.
Daarom is het besluit van de Svb om appellant niet toe te laten tot de vrijwillige verzekering terecht en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering appellant toe te laten tot de vrijwillige AOW- en ANW-verzekering vanwege overschrijding van de aanmeldingstermijn.