ECLI:NL:CRVB:2013:2183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- E.J.M. Heijs
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ordemaatregelen en ontslag wegens vermeend ernstig plichtsverzuim ambtenaar Belastingdienst
Betrokkene, werkzaam als groepsfunctionaris C bij de Belastingdienst, werd in 2011 geconfronteerd met meldingen van ongewenste omgangsvormen en seksuele intimidatie door vrouwelijke collega’s. Naar aanleiding hiervan werden ordemaatregelen getroffen, waaronder schorsing, ontzegging van toegang en een contact- en bespreekverbod. De staatssecretaris verlengde deze maatregelen en legde uiteindelijk onvoorwaardelijk ontslag op wegens zeer ernstig plichtsverzuim.
De rechtbanken verklaarden het beroep tegen de ordemaatregelen grotendeels ongegrond, maar vernietigden het ontslagbesluit wegens onvoldoende bewijs. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de ordemaatregelen, inclusief het contact- en bespreekverbod, gegrond waren gezien het belang van rust en veiligheid binnen de organisatie. Echter, het onderzoek naar het plichtsverzuim was niet voldoende zorgvuldig om het ontslag te rechtvaardigen.
De Raad constateert dat betrokkene seksueel getint berichtenverkeer had met enkele collega’s, maar dit was consensueel en stopte toen dit niet langer gewenst was. Andere beschuldigingen, zoals ongewenst betasten en pesten, zijn onvoldoende onderbouwd. Het niet geven van volledige opening van zaken en het negeren van collega’s kwalificeert niet als zeer ernstig plichtsverzuim. De Raad bevestigt daarom de vernietiging van het ontslagbesluit en veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad bevestigt de ordemaatregelen maar vernietigt het ontslag wegens onvoldoende bewijs van ernstig plichtsverzuim.