ECLI:NL:CRVB:2013:2163
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig medewerker paprikateelt, meldde zich ziek met rug-, nek- en linker lichaamshelftklachten, later aangevuld met cardiale problematiek. Na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen, waaronder energiehuishouding en nekbewegingen, en dat de functie textielproductenmaker ongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schorsing af.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Raad onderschreef de eerdere beoordeling. De bezwaarverzekeringsarts had de medische beperkingen overtuigend gemotiveerd en de arbeidsdeskundige had de geschiktheid van functies adequaat onderbouwd. Ook het maatmanloon was correct vastgesteld.
De Raad concludeerde dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 35% was vastgesteld en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.