ECLI:NL:CRVB:2013:2131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.M. Overbeeke
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijzondere bijstand eigen bijdrage kinderopvang
Appellante vroeg bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage kinderopvang over 2009 en 2010. Het college wees de aanvraag voor 2009 af en kende voor 2010 een beperkte vergoeding toe, waarbij rekening werd gehouden met een fictieve tegemoetkoming uit de Wet kinderopvang (Wko) die appellante niet had aangevraagd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college terecht heeft gehandeld. De Raad benadrukt dat appellante redelijkerwijs kon beschikken over de tegemoetkoming uit de Wko, ook al had zij ervoor gekozen deze niet aan te vragen.
De Raad stelt vast dat het college de bijzondere bijstand correct heeft berekend door de eigen bijdrage te verminderen met het voorschot kinderopvangtoeslag en de fictieve Wko-tegemoetkoming. Bovendien is vastgesteld dat appellante met de toegekende bijzondere bijstand niet tekort is gedaan, omdat zij meer ontving dan waarop zij recht had. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.