ECLI:NL:CRVB:2013:2114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten schuldige nalatigheid AOW-premie 2002-2004 wegens procedurele fouten
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) waarin hij schuldig nalatig werd verklaard in het betalen van AOW-premies over de jaren 2002, 2003 en 2004. De SVB baseerde deze besluiten op ambtshalve aanslagen van de Belastingdienst. Appellant voerde aan dat het niet betalen van de premies hem niet kon worden toegerekend vanwege detentie en bijzondere omstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de besluiten van 7 juli 2011, 13 juli 2011, 18 april 2012 en 25 april 2012 vernietigd moeten worden voor zover zij de percentages van schuldige nalatigheid over 2002 en 2003 betreffen, omdat de rechtbank het beroep niet volledig heeft behandeld en de besluiten strijdig zijn met de toen geldende artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De overige besluiten, waaronder die over 2004, worden bevestigd.
De Raad stelt vast dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat het niet betalen van de premies hem niet kan worden toegerekend. Zijn detentie begon ruim 14 maanden na het verstrijken van de vervaldatum van de aanslagen, waardoor dit geen beletsel vormt. Ook is niet gebleken dat appellant onder het bestaansminimum verkeerde ten tijde van de vervaldatum. De betalingsregeling met de Belastingdienst doet hieraan niet af. De stelling dat de schuld aan de Belastingdienst is toe te rekenen wegens het niet verrekenen van teruggaven wordt verworpen omdat dit een bevoegdheid is van de Belastingdienst.
De Raad veroordeelt de SVB in de proceskosten van appellant en bepaalt dat de betaalde griffierechten worden vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter H.J. Simon op 11 oktober 2013.
Uitkomst: De Raad vernietigt deels de besluiten over schuldige nalatigheid AOW-premie 2002 en 2003 en bevestigt de overige besluiten, met veroordeling van de SVB in proceskosten.