Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- veroordeelt de Staat tot betaling aan verzoekster van een schadevergoeding van € 500,-;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 472,-.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem en de Raad voor de Rechtspraak heropende het onderzoek om te beslissen over een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase.
Namens de Staat werd erkend dat de redelijke termijn was overschreden met ruim vier maanden, maar dat de zaak niet als bijzonder zwaarwegend kon worden aangemerkt. Verzoekster betwistte dit en vroeg om een hogere vergoeding en nadere toelichting over de termijnoverschrijding.
De Raad stelde vast dat de totale rechterlijke fase ruim drie jaar en tien maanden duurde, waarbij de redelijke termijn met meer dan vier maanden werd overschreden. Volgens vaste jurisprudentie is een vergoeding van €500,- passend voor deze overschrijding. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die een hogere vergoeding rechtvaardigen.
De Raad veroordeelde de Staat tot betaling van €500,- aan immateriële schadevergoeding en tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster ad €472,-.
Uitkomst: De Staat is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €500,- en proceskosten van €472,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.