ECLI:NL:CRVB:2013:2089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit dat appellante niet langer recht heeft op Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante was sinds 2005 ziekgemeld en per 18 mei 2007 geschikt bevonden voor gangbare arbeid, waardoor zij geen recht had op een WIA-uitkering. Na een nieuwe ziekmelding in oktober 2010 concludeerde een verzekeringsarts op 19 januari 2011 dat appellante weer geschikt was voor haar maatgevende arbeid. Het UWV beëindigde daarop de Ziektewetuitkering per 24 januari 2011.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard op basis van een rapport van een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd was en geen aanwijzingen bestonden dat de beperkingen van appellante onjuist waren ingeschat.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij vanwege fysieke en psychische klachten niet in staat was haar arbeid te verrichten en verzocht zij om benoeming van een deskundige psychiater. De Raad oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe feiten of medische informatie bevatte die aanleiding gaf het eerdere oordeel te wijzigen. Rapporten van psychiaters toonden een verbetering en geen aanwijzing voor arbeidsongeschiktheid wegens psychische stoornis. Ook de voorzieningen van de gemeente waren niet relevant voor de ZW-beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellante geen recht meer heeft op ZW-uitkering wordt bevestigd.