ECLI:NL:CRVB:2013:2086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant heeft zich op 8 oktober 2010 gemeld met een vermeende toename van arbeidsongeschiktheid. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde op 15 december 2010 een WIA-uitkering omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen ten gevolge van dezelfde oorzaak als waarvoor eerder de wachttijd was voltooid. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen die weigering ongegrond, maar vernietigde het besluit van 15 april 2011 omdat het Uwv ten onrechte had afgezien van een arbeidskundig onderzoek.
Het Uwv voerde daarop op 18 oktober 2012 een arbeidskundig onderzoek uit aan de hand van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en handhaafde het besluit tot weigering van de WIA-uitkering. Appellant stelde in hoger beroep dat de medische beoordeling onjuist was en dat het besluit in strijd met de wet tot stand was gekomen. De Raad overwoog dat appellant geen nieuwe medische stukken had ingebracht en onderschreef de eerdere beoordeling van de rechtbank.
De Raad concludeerde dat de belasting van de geduide functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt en dat de bezwaararbeidsdeskundige dit inzichtelijk had onderbouwd. Het beroep tegen het besluit van 19 oktober 2012 werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.