ECLI:NL:CRVB:2013:2066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onjuiste vaststelling arbeidsongeschiktheid appellant
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid die is ingegaan vóór zijn 17e verjaardag. Het UWV wees deze aanvraag af, stellende dat appellant op en na zijn 18e verjaardag minder dan 25% arbeidsongeschikt was. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank die het besluit bevestigde, stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heropende het onderzoek en benoemde deskundigen die een uitgebreid psychiatrisch en neuropsychologisch onderzoek uitvoerden. Uit hun rapport bleek dat appellant al op zijn 17e en 18e jaar een zich ontwikkelende persoonlijkheidsstoornis en depressieve stoornis had, die beperkingen veroorzaakten die niet juist waren weergegeven in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van het UWV. De deskundigen concludeerden dat appellant meer beperkingen had dan door het UWV was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het UWV-besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het besluit vernietigd en het UWV opgedragen binnen acht weken het besluit te herstellen of een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de bevindingen van de Raad.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen.