Uitspraak
14 november 2012, 12/7730 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van sociale participatie over de jaren 2004 tot en met 2009 en 2012. Het college wees de aanvraag af voor de jaren 2004-2009, omdat de kosten voor 2007 en eerder vóór de aanvraagdatum lagen en voor 2008-2009 al het maximale bedrag was toegekend. Voor 2012 werd de bijstand wel toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet op de hoogte was van de mogelijkheid tot aanvraag en dat het college een zorgplicht had hem hierover te informeren, maar de Raad oordeelde dat onbekendheid met regelgeving geen bijzondere omstandigheid is die terugwerkende bijstand rechtvaardigt. Tevens stelde appellant dat er een samenhang bestaat tussen langdurigheidstoeslag en bijzondere bijstand, maar dit werd verworpen omdat het recht op bijzondere bijstand los staat van de toeslag en aparte aanvragen vereist.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wordt bevestigd.