ECLI:NL:CRVB:2013:2039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant verzocht om bijzondere bijstand met terugwerkende kracht voor eigen bijdragen en griffierechten van rechtsbijstand over de periode van 28 oktober 1998 tot en met 4 september 2008. Het college wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden die toekenning met terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak bijzondere bijstand in beginsel niet wordt verleend voor kosten die zijn gemaakt vóór de datum van de aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.
Appellant voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de mogelijkheid tot aanvraag en dat het college een zorgplicht had om hem hierover te informeren, maar dit werd niet als bijzondere omstandigheid erkend. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het eerdere besluit van het college geen ondubbelzinnige toezegging inhield.
Ten slotte stelde appellant dat sommige procedures nog liepen, maar dit rechtvaardigt geen terugwerkende kracht. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wordt bevestigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.