ECLI:NL:CRVB:2013:2021
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.E.V. Lenos
- R.E. Bakker
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering kinderbijslag wegens verblijf in Marokko
Appellante ontving kinderbijslag voor haar kinderen over de periode van het vierde kwartaal 2001 tot en met het eerste kwartaal 2009. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde op basis van een onderzoek door de sociaal attaché in Rabat vast dat appellante en haar kinderen in Marokko woonden. Op grond hiervan herzag de Svb de aanspraak op kinderbijslag en vorderde zij de teveel betaalde bedragen terug.
Appellante voerde aan dat zij in Nederland woonde en betwistte de juistheid van het rapport van de sociaal attaché. Zij overlegde verklaringen van familieleden en vrijwilligersovereenkomsten als bewijs van haar verblijf in Nederland. De rechtbanken verklaarden haar beroepen ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraken.
De Raad oordeelt dat het rapport van de sociaal attaché een voldoende consistent en betrouwbaar bewijs vormt dat appellante in Marokko woonde. De door appellante aangevoerde bezwaren tegen het onderzoek en de verklaringen zijn onvoldoende om het rapport te verwerpen. Verder heeft appellante niet aannemelijk gemaakt dat zij daadwerkelijk in Nederland woonde.
De Raad concludeert dat appellante op grond van de Algemene Kinderbijslagwet niet verzekerd was en geen recht had op kinderbijslag in de betreffende periode. De terugvordering van de teveel betaalde kinderbijslag is dan ook terecht. De beroepsgronden tegen de terugvordering slagen niet, omdat geen dringende redenen zijn aangetoond om van terugvordering af te zien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de bestreden uitspraken en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante in de periode 2001-2009 in Marokko woonde en wijst het hoger beroep af.