ECLI:NL:CRVB:2013:1892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep WWB
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen in een zaak betreffende de Wet Werk en Bijstand (WWB). De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn. Appellant deed hiertegen verzet en voerde aan dat de Raad hem had moeten informeren over de mogelijkheid tot het aanvragen van bijzondere bijstand voor het griffierecht.
De Raad overwoog dat appellant geen tijdig beroep op betalingsonmacht had gedaan en ook geen verzoek om uitstel van betaling had ingediend binnen de termijn. Er bestaat geen rechtsregel die de bestuursrechter verplicht om ambtshalve een aanvraag om bijzondere bijstand te faciliteren. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
Appellant betoogde verder dat het griffierecht voor iemand met een bijstandsuitkering te hoog is en dat dit de toegang tot de rechter onaanvaardbaar beperkt. De Raad achtte dit onvoldoende om het verzuim te doorbreken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier V.C. Hartkamp.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en geen tijdig beroep op betalingsonmacht.