ECLI:NL:CRVB:2013:1882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over beperkingen en diploma-eis
Appellant, sinds 1992 arbeidsongeschikt door rug-, schouder-, nek- en psychische klachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%, later herzien naar 15-25%. Na een CVA in 2009 werd de uitkering opnieuw beoordeeld en vastgesteld op 25-35%, later herzien naar 15-25% met inachtneming van medische en arbeidskundige rapporten.
Appellant voerde aan dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een te rooskleurig beeld gaf van zijn mogelijkheden en dat diploma-eisen voor bepaalde functies niet voldaan werden. Diverse medische rapporten, waaronder van revalidatiearts Van Aanholt en medisch adviseur Schakel, werden besproken. De Raad stelde vast dat de door het UWV vastgestelde beperkingen voldoende waren onderbouwd en dat appellant voldeed aan de diploma-eis.
De rechtbank had het beroep op de meeste punten ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad deze uitspraak, oordeelde dat de gevolgen van het CVA waren meegewogen en dat de door appellant aangevoerde extra beperkingen onvoldoende waren onderbouwd. Ook het verzoek tot kostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25% wordt bevestigd.