ECLI:NL:CRVB:2013:1865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende duidelijkheid over woon- en leefsituatie
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het dagelijks bestuur van de Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende informatie gaf over zijn feitelijke woon- en leefsituatie. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard door het dagelijks bestuur en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij voldoende inlichtingen had verstrekt, onder meer dat zijn verklaringen tijdens het gesprek en huisbezoek overeenkwamen. De Raad stelde dat voor het vaststellen van het recht op bijstand duidelijkheid over de woon- en leefsituatie essentieel is en dat de aanvrager hierover de nodige duidelijkheid moet verschaffen.
Tijdens het huisbezoek werden omstandigheden geconstateerd die niet duiden op feitelijk verblijf op het opgegeven adres, zoals het ontbreken van persoonlijke spullen en de verklaring van de broer en vader van appellant dat hij niet op het adres woont. Appellant voldeed daardoor onvoldoende aan zijn inlichtingenverplichting.
De Raad concludeerde dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en leefsituatie.