ECLI:NL:CRVB:2013:1814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor verhoging persoonsgebonden budget AWBZ
Verzoekster, lijdend aan Myalgische Encefalomyelitis (ME), heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het CIZ waarin haar aanvraag voor een verhoging van het persoonsgebonden budget (pgb) voor persoonlijke verzorging en verpleging werd afgewezen. De rechtbank Limburg heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de voorzieningenrechter heeft een voorlopige voorziening toegekend tot 26 oktober 2013.
Verzoekster stelde dat haar gezondheid verslechterde en dat een multidisciplinaire behandeling niet zou helpen, waardoor zij spoedeisend behoefte had aan meer AWBZ-zorg. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het bestaande pgb nog tot 26 oktober 2013 doorliep en dat er geen concrete medische gegevens waren die het acute karakter van haar situatie aannemelijk maakten.
Daarom concludeerde de voorzieningenrechter dat er geen spoedeisend belang was om de voorlopige voorziening te verhogen. Het verzoek werd dan ook afgewezen, waarbij de bodemprocedure afgewacht kan worden. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor verhoging van het persoonsgebonden budget wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.