ECLI:NL:CRVB:2013:1768
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking terugwerkende kracht AOW-pensioen tot één jaar
Appellant, geboren in 1935 en woonachtig in Marokko, heeft sinds 2000 meerdere keren verzocht om toekenning van een AOW-pensioen. Aanvankelijk werd dit geweigerd omdat hij niet verzekerd was geweest voor de AOW. In 2011 diende appellant nieuwe bewijsstukken in, waaronder een ontslagbewijs en een verklaring van een werkgever uit 1970, die aantonen dat hij in Nederland heeft gewerkt.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende appellant daarop met terugwerkende kracht vanaf maart 2010 een ouderdomspensioen toe, met een korting wegens niet-verzekerde jaren. Appellant maakte bezwaar tegen de beperkte terugwerkende kracht, stellende dat de bewijsstukken ook al bij zijn eerste aanvraag in 2000 waren ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden en de Svb het pensioen redelijk met één jaar terugwerkende kracht had toegekend. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak, omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de bewijsstukken eerder had kunnen overleggen of dat er bijzondere omstandigheden zijn die een ruimere terugwerkende kracht rechtvaardigen.
Uitkomst: Het ouderdomspensioen wordt terecht slechts met terugwerkende kracht vanaf maart 2010 toegekend.