Uitspraak
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als receptioniste/telefoniste, meldde zich wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid met pijn- en vermoeidheidsklachten. Het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 76,49% en weigerde de uitkering te verhogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de medische informatie geen nieuwe of ernstiger beperkingen aantoonde.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende beperkingen bevatten en dat er geen nieuwe diagnosen of objectiveerbare toename van ernst waren. De subjectieve klachten van appellante, zoals slaapproblemen en vermoeidheid, waren niet voldoende onderbouwd om de beperkingen te verhogen.
De Raad concludeerde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) uit 2008 en 2010 passend was en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd medisch geschikt waren. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en het besluit van het UWV om de WIA-uitkering niet te verhogen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WIA-uitkering van appellante te verhogen.