ECLI:NL:CRVB:2013:1738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep wijst CIZ op onvoldoende medisch onderzoek bij zorgindicatie neurofibromatose
Appellante, lijdend aan een ernstige vorm van neurofibromatose, had bij het CIZ een aanvraag ingediend voor voortzetting van zorg op grond van de AWBZ. Het CIZ had een indicatie toegekend voor diverse zorgfuncties, waaronder individuele begeleiding, maar verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond, mede op basis van een medisch advies dat cognitieve beperkingen niet medisch geobjectiveerd konden worden.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en vond het medisch advies deugdelijk. In hoger beroep stelt appellante dat het medisch onderzoek onvolledig was, mede gezien de brieven van haar neuroloog en huisarts die cognitieve beperkingen en ernstige gedrags- en zelfsturingsproblemen melden.
De Raad stelt vast dat het CIZ onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de beperkingen van appellante, terwijl de medische informatie juist aanleiding gaf tot nader onderzoek. Dit is in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en het Zorgindicatiebesluit, dat voorschrijft dat behandelend artsen geraadpleegd moeten worden en dat nader onderzoek moet plaatsvinden als de beschikbare gegevens ontoereikend zijn.
De Centrale Raad van Beroep draagt het CIZ op binnen twee maanden het gebrek in het besluit te herstellen, waarbij het raadplegen van de behandelend neuroloog en eventueel nadere keuringen passend zijn. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 11 september 2013.
Uitkomst: Het CIZ wordt opgedragen het besluit te herzien en nader medisch onderzoek te verrichten binnen twee maanden.