ECLI:NL:CRVB:2013:1733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering Wet WIA wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 19 september 2011
Appellant had een uitkering op grond van de Wet WIA aangevraagd, die door het UWV werd afgewezen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Na bezwaar en beroep stond deze afwijzing bij uitspraak van de Raad vast. Later meldde appellant zich ziek en ontving een Ziektewetuitkering. Een verzekeringsarts van het UWV onderzocht appellant en concludeerde dat hij per 19 september 2011 weer in staat was om de functies te vervullen die ten grondslag lagen aan de WIA-schatting.
Het UWV beëindigde daarop de Ziektewetuitkering en verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel, waarbij werd meegewogen dat appellant geen medische informatie had overgelegd die aanleiding gaf tot twijfel aan de vaststelling van zijn belastbaarheid.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege aanhoudende lichamelijke klachten volledig arbeidsongeschikt was, onderbouwd met een medisch rapport uit 2009. De Raad oordeelde echter dat dit rapport en de overige medische informatie onvoldoende waren om het oordeel van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts te weerleggen. De Raad concludeerde dat appellant per 19 september 2011 met inachtneming van zijn beperkingen arbeid kon verrichten en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 19 september 2011 wordt bevestigd.